op kamp

En toen ontmoette hij Rosalie. Zij vroeg niets van hem. Geen garanties, geen financiele zekerheid, geen status., geen intimiteit. Zij gunde hem zijn eigen tempo. Zij liet zich observeren door hem, gaf op alle vragen een eerlijk antwoord, veroordeelde hem niet en nam uiteindelijk zijn hoofd en zijn hart in haar warme veilige handen. Zij leerde hem kennismaken met de volmaakte zachtheid van het vrouwelijk lichaam en wat vriendschap was. De paters en de daarbij behorende angsten verdwenen langzaamaan naar de achtergrond. Albert was eindelijk thuisgekomen.

En nu zat hij hier, in dit kamp ver weg van alles wat hij lief had en waarvoor hij alles zou geven om weer naar terug te kunnen keren. Nummer 47114711 knikte naar hem, hun ogen ontmoetten elkaar. Albert schrok, ze maakten contact. Even was Albert overmand door angst en toen liet hij zich vallen, in een deken van wat veiligheid en vriendschap leek en hem verder van huis zou brengen dan hij zich ooit had kunnen voorstellen.

 

 

 

 

 

 

Stukje uit mijn boek

De verwekker was de man van voor de oorlog die vriendschap had met mensen van divers pluimage, ook met hen die met de nek werden aangekeken en een zogenaamde bedreiging vormden voor de staatsveiligheid. De verwekker maakte geen onderscheid op grond van status, religie, uiterlijkheden maar keek naar de intentie van de mens die hij voor zich had. Hij had geen kaders nodig om te kunnen rangschikken, categoriseren, plaatsen. Geen zwart omrande hokjes maar open vlakken, met kleur. Zijn leven had kleur. Hij liet het ademen en gebeuren. En er ontstonden de mooiste dingen. Waaronder hun liefde. Er was altijd muziek, vriendschap, contact. Er was geen angst. Angst om de controle te verliezen. Want er was geen controle. Er was slechts leven. De grootste rouw voor Rosalie was dat haar kinderen deze verwekker nooit hebben leren kennen. Zij probeert de kleur en de muziek die ze samen hadden aan haar kinderen mee te geven. Maar slechts flarden hiervan vindt ze nog terug. En ze lijken ongrijpbaar. Als geesten die nog wat blijven hangen voordat zij oplossen in het niets. Ze zijn het verloren samen. Ergens benijdde Rosalie de moeder van Jan.